Een mislukt verhaal met een mislukt mens

Ik heb gisterenavond met buitengewoon veel belangstelling gekeken naar neurobioloog Dick Swaab die aanschoof in het programma Pauw. Swaab hield, zoals wel vaker, een interessante verhandeling over het brein, waarbij speciale aandacht was voor wat hij ‘het criminele brein’ noemt. Het gaat daarbij om het voorste deel van de hersenen. Werkt dat niet goed, is dat niet voldoende ontwikkeld, dan ontbreekt het je bij voorbeeld aan empathie. Letterlijk zei Swaab: ‘Dan voel je niet wat je anderen aandoet.’
 
Je hoeft het daarbij niet alleen over fysiek geweld te hebben. Ook met woorden, met verbale opmerkingen, kun je mensen pijn doen. Ik moest daarbij meteen denken aan het interview dat Midas Dekkers deze maand geeft in het magazine Lotje&co, een blad voor mensen met zorgintensieve kinderen.
 
De bioloog/schrijver, die broer was van twee zwaar gehandicapte zussen, slaagt er in om acht (!) hele pagina’s lang de doelgroep van het blad te schofferen, te kwetsen. Hij is ronduit grof en schiet al meteen in de eerste zin uit zijn slof. Ik blijk volgens hem bij voorbeeld vader te zijn van een MISLUKT kind. Als het door een postorderbedrijf bezorgd zou zijn zou ik het ongetwijfeld meteen hebben teruggestuurd.
 
Mijn Brigitte kan net als wijlen een zus van Dekkers niet zelf eten, zelf staan of lopen. Ze kan evenmin praten. Als ik Dekkers mag geloven is het daarom eigenlijk heel vreemd dat ik zoveel van haar hou en voor haar wil zorgen. Om goed te praten waarom hij en zijn moeder zo snel mogelijk van de mislukte meisjes af wilden, trekt de bioloog, hoe kan het anders, de vergelijking met het dierenrijk. Letterlijk zegt Dekkers vergoelijkend: ‘De verzorgingszin wordt bij moederdieren ontketend door het hormoon oxytocine. Maar andersom moet het jong de verzorgingslust ook triggeren. Door het juiste gedrag ontlokt het dier emoties. Gedraagt het zich te afwijkend, dan wordt een jong niet als eigen herkend. Klassiek voorbeeld: het meeuwenjong dat niet op de rode stip op de moedernavel tikt, krijgt geen eten.’
 
Onze Brigitte had jarenlang de grootste moeite met eten. Ze vroeg er niet om, tikte niet op de rode stip, haar slikreflexen werkten niet goed. Toch waren we elke dag met eindeloos geduld uren in de weer om genoeg vocht en voeding bij haar binnen te krijgen. Want dat, meneer Dekkers, maakt van ons juist mensen en geen dieren! Dat al die liefdevolle zorg en dat jarenlang stimuleren van haar haperende slikreflexen succes hadden, kunt u waarschijnlijk niet geloven. Maar u heeft dan ook meer verstand van dieren dan van mensen.
 
Ook haalt Dekkers er maar even de Middeleeuwen bij. ‘Toen werden mislukte kinderen monsters en duivelse gedrochten genoemd en had men minder moeite hen aan hun lot over te laten.’ Wat een geluk dat Brigitte in de 20ste eeuw is geboren! Als we goed naar ervaringsdeskundige Dekkers luisteren zijn we, in de inmiddels 21ste eeuw, trouwens ook helemaal fout bezig. Dom hoor, als we moeten huilen om een ‘ongelukkig kindje’. Want daarmee raak je je verdriet helemaal niet kwijt. Integendeel, we ontketenen er juist een vicieuze cirkel mee, want als we dat doen komen er alleen maar stoffen vrij waardoor we juist meer moeten huilen. En ook hier trekt Dekkers weer een parallel naar het dierenrijk. Over moeilijkheden praten helpt namelijk niet. ‘Dat lost niets op. Waarom praten dieren niet? Omdat het ook zonder goed gaat.’
 
De gelovigen onder ons krijgen een extra schop tegen het kruis. ‘Welke Schepper levert nou zulk prutswerk af?’ En: ‘Dingen laten was bij mijn zusje al genoeg geweest.’ Op de vraag waarom hij uiteindelijk toch naar de begrafenis ging van een zusje dat hij bij leven nooit had opgezocht is een van zijn reacties: ‘Met een beetje mazzel is er bij begrafenissen na de koffie en de cake een borrel.’
 
Als kind is Midas Dekkers trouwens wel een keer op bezoek gegaan bij een van de twee meisjes. Dat ontlokt hem nu de volgende reactie: ‘Het was daar net een menselijke dierentuin. Wat daar al niet aan onvolwaardige creaturen rondkroop en in bedjes lag, had Jeroen Bosch nog niet kunnen verzinnen.’
 
Even lijkt hij wat milder. Als hij zegt dat hij zich kan voorstellen dat mensen iets geven om mensen met het Syndroom van Down. Schone schijn. Want ze moeten dan wel op z’n minst leuk zijn. ‘Niemand heeft moeite om van die vrolijke mongool te houden. Maar van een pijnlijdend protoplasma? Dan moet je of een groot hart of een klein verstand hebben.’ Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Wandert Jacobus Dekkers, roepnaam Midas, én een klein hart én een klein verstand heeft.
 
Verbijsterd en aangeslagen van al deze uitspraken leg ik het verhaal terzijde en kijk er, nadat ik Dick Swaab heb horen praten, vandaag, op deze heugelijke dag, want onze prachtige, mooie en liefdevolle Brigitte is jarig, nog een keer naar. Staat het er echt allemaal? Ja! Je voelt bij herlezing dat de interviewster worstelt met de antwoorden op haar vragen en dat zij nog probeert te redden wat er te redden valt. Maar zelfs dat lukt niet. Want, Midas Dekkers zegt: ‘Ik heb geen zin om halfzachte lariekoek uit te kramen. Ik hoop dat de lezers volwassen genoeg zijn om te begrijpen dat de kille waarheid soms beter is dan zalvende woorden. Troost vind je bij de pastoor, de waarheid bij de bioloog. Het kan zijn dat de lezer van dit blad in hun huidige situatie niet op de waarheid zitten te wachten.’
 
Ik zat inderdaad niet te wachten op dit interview. Maar ik beschouw mezelf niet als een halfzacht mens. Ik heb geen zalvende woorden nodig. Bovendien voel ik me volwassen en intelligent genoeg om de waarheid van de van elke vorm van empathie of medemenselijkheid gespeende, bijna dierlijke, Dekkers volstrekt niet als waarheid te beschouwen. Als we nog in de Middeleeuwen leefden zou ik zeggen: Gooi in die bodemloze put die man. En als er in de diepte dan nog echo’s van zijn scheel makende woorden nagalmen is het de hoogste tijd om het deksel erop te schuiven. Maar gelukkig leven we in de 21ste eeuw en zijn mensen menselijker geworden. En gelukkig zegt Midas Dekker dat wat hem betreft na dit interview het onderwerp wel afgehandeld is. Hij zal er niet meer over praten.
 
Dat laatste mag ik hopen. Midas Dekkers heeft zijn ei weer eens gelegd. Schofferen om het schofferen. Kwetsen om het kwetsen. Luisterend naar Dick Swaab zou je kunnen denken dat hij er zelf niets aan kan doen, dat Dekkers problemen heeft met dat voorste deel van zijn hersenen, waarin bij voorbeeld empathie huist. Waarom iemand zo doet en zo praat is dus te verklaren. Maar niet alles wat is te verklaren valt daardoor ook goed te praten. Wat mij betreft is het interview met Dekkers dan ook een mislukt verhaal van een mislukt mens.